Waar was jij op 10 juli 2008? Flauw, maar het was de dag dat Apple de App Store lanceerde en zo voor de échte doorbraak van mobiel internet zorgde bij het grote publiek. Inmiddels bevat de App Store meer dan 500.000 apps en zijn deze apps meer dan 15 miljard keer gedownload. Tel daar ook nog eens de cijfers van de Android Market, Blackberry App World, Windows Marketplace en de Nokia Ovi Store bij op: apps en mobile zijn booming.
Dé toverzin op menig marketingafdeling is, naast “We moeten iéts met social media!”, dan ook: “Kunnen we het in een iPhone app proppen?”. Nu is het winst dát mobiel op de marketingagenda staat, maar voor veel marketeers staat de inzet van mobiel in hun marketingstrategie nagenoeg gelijk aan het hebben van een eigen app. En het liefst één voor de iPhone. Maar moeten we daar wel mee bezig zijn?
Appen is het nieuwe wappen
Laat ik voorop stellen dat mobiel internet natuurlijk de toekomst is. Of liever gezegd, internet op mobiele devices. Altijd en overal online kunnen zijn. Apps hebben daarin een sleutelrol gespeeld en het grote publiek kennis laten maken met het fenomeen mobiel internet. Was je voor apps een mobiele junkie, dan wapte je erop los via vreemde menustructuren en lappen tekst om uiteindelijk verkeersinformatie te vinden via de wapsite van je mobiele provider. Het was langzaam, onoverzichtelijk, maar vooral ook verschrikkelijk lelijk en je vond waarschijnlijk de verkeersinformatie op het moment dat je de file inreed.
Apps hebben deze ervaring volledig veranderd. Ze zijn snel, gebruiksvriendelijk en ze kunnen – bijna – alles wat je ook vanaf je desktop/laptop kunt doen. Voeg naar nog al het leuks van GPS, bewegingssensoren en camera’s aan toe: mobiel online zijn is eigenlijk veel leuker. En het mooiste: je kunt overal online zijn. Niet zo verrassend dat nu al 56% van de jongeren zegt niet meer zonder mobiel internet te kunnen en zich naakt te voelen zonder toegang tot mobiel internet.
Een nieuw mobiel tijdperk
Hoewel de cijfers over apps en mobiel internet prachtig zijn, luiden ze ook meteen een nieuw tijdperk in. Apps zijn nu van de massa, ze zijn overal en wat je je ook bedenkt, there’s an app for that. Consumenten ervaren mobiel steeds meer als een vanzelfsprekend kanaal dat gepaard gaat met de daarbij behorende (hoge) verwachtingen. Was je vier jaar terug nog vooruitstrevend met een eigen app, word je nu afgeschilderd als een middeleeuwse club als je er nog geen één hebt. Dat betekent niet dat iedere marketeer per direct aan de app moet, maar wél dat er goed nagedacht moet worden over wat met mobiel bereikt moet worden en óf een app daarbij past.
Mobiel is meer dan een app
De motieven en doelstellingen van marketeers om mobiel in te zetten lopen sterk uiteen. Voor de één kan het een nieuw saleskanaal zijn, voor de ander een nieuwe manier om betrokkenheid bij hun merk onder klanten te vergroten. Voor weer een ander levert mobile presence een belangrijke bijdrage aan het imago: we zijn 2.0! Allemaal legitieme redenen om met mobiel aan de slag te gaan, maar een app is daarbij niet de heilige graal. Waarom niet?
Het prijskaartje
Allereerst is het ontwikkelen, doorontwikkelen en onderhouden van een app niet goedkoop. Daarnaast moet ‘ie het ook nog doen op alle mobiele platformen, versies en telefoons, waarmee het een nog intensievere en prijzigere aangelegenheid wordt. In een tijd waarin elke marketingeuro telt, een stevige investering die ook moet worden terugverdiend.
Niks nieuws
Op een glunderende Gerrit Zalm na (“We hebben een vijfsterren app in de App Store!”), kun je niet meer teren op het hebben van een app alleen. Het gaat erom wat je ermee kunt. Niets dat de consument nu nog niet kan? Dan ben je weg. Apps bestaan alweer ruim vier jaar, dus heb je er nog geen één, dan ben je vooral laat.
Het ecosysteem van app stores
De macht van de app stores ligt bij de software fabrikanten. Hoe open het ecosysteem van Android is, zo gesloten is de App Store van Apple. Naast de opgelegde restricties over wat een app wel en niet mag kunnen, beslist Apple ook óf jouw app in de App Store belandt. Een behoorlijk risico, wanneer je bedenkt dat het ontwikkelen van een app duizenden euro’s kost.
Appsolute overdosis
En tot slot, consumenten worden een keer app-moe. Uiteindelijk is er simpelweg geen plaats meer op de telefoon (of meer waarschijnlijk, in het hoofd van de consument) om jóuw app daarop te krijgen. De tijden dat iedereen massaal iFart installeerde zijn voorbij. Mobiele telefoons puilen uit met eenmalig of nooit gebruikte apps en consumenten keren terug naar een handvol apps die écht een toegevoegde waarde bieden. Zonder enig onderzoek kunnen we stellen dat deze apps, naast de standaard functies van een smartphone, zich beperken tot de categorieën:
- Communicatie: zoals WhatsApp, Ping en Skype om de mobiele providers te pesten.
- Social: zoals Twitter, Hyves en Facebook om contact te onderhouden met vrienden.
- Informatief en functioneel: zoals nieuws, files, OV-planners en bankieren om op de hoogte te blijven en het leven aangenamer te maken.
- Zakelijk: zoals LinkedIn, visitekaartje tools om het netwerken gemakkelijker te maken.
- Fun & games: zoals YouTube, Wordfeud en talloze andere games om te ontspannen, de tijd te doden of voor de kids.
Voeg daar nog een aantal ondefinieerbare apps aan toe en het wordt lastig voor marketeers en merken om een vaste plek te veroveren op de mobiele telefoon van de consument. Gelukkig is er een beter, vriendelijker en goedkoper alternatief op komst. Een goede reden om verder te kijken dan een app, maar naar mobiel in brede zin.
HTML5
De belangrijkste ontwikkeling op dit moment is zonder twijfel HTML5. Terwijl Apple consequent weigert Flash toe te staan op alle devices, schakelen veel grote websites snel over naar HTML5. Een nieuwe versie van HTML die werkt op álle platformen, in elke mobiele browser en meer mogelijkheden biedt dan welke eerdere versie ook. Alle vrijheid om te ontwikkelen wat je wilt, zonder goedkeuringsproces van een app store. Ook de grote jongens ontgaat deze ontwikkeling niet. Zo kocht Disney onlangs zelfs de Finse start-up Rocket Pack: een HTML5 gaming engine. Gamen via het web, zonder app, maar rechtstreeks in je browser.
Web apps
Daarmee is het web zélf de grote concurrent van de apps. Mede dankzij HTML5 kunnen web apps steeds meer en krijgen mobiele webpagina’s een steeds betere native user interface afgestemd op mobiele devices. Zoals YouTube dat heeft gedaan of dichterbij huis Carré. Het voordeel hiervan is dat ze het doen in élke mobiele browser, op elk mobiel platform én niet afhankelijk zijn van een goedkeuringsproces van een fabrikant. Ook Apple heeft een speciale pagina voor web apps en ook Mozilla probeert een soortgelijk initiatief uit de grond te stampen.
Web app stores
Een andere interessante ontwikkeling komt van Google. Zo werd gisteren de Nederlandse Google Chrome Web Store gelanceerd: consumenten kunnen hier ‘apps’ downloaden voor Google’s browser. Hoewel het concept misschien anders doet vermoeden, zijn de meeste apps niet veel meer dan een bookmark voor Chrome die je vervolgens doorverwijst naar een speciale webpagina met een meer native interface.
Leuk voor de desktop en laptop, maar een grotere stap voor netbooks en andere mobiele devices. Vanuit Google’s visie om alles naar de cloud te brengen (denk aan Chrome OS netbooks), verhuizen ook steeds meer apps naar de cloud. Webapps dus.
Aan de slag?
Kortom, ga niet kijken of alles in een iPhone app gepropt kan worden, maar bedenk dan eerst wát je precies met mobiel wilt bereiken. Stel vervolgens pas de vraag of een mobiele app zich daarvoor het beste leent. Wellicht ben je slimmer uit met een goede mobiele website, kun je aansluiten op bestaande alternatieven of heb je meer aan bestaande social en mobile netwerken. Of alle drie natuurlijk.
// dit artikel verscheen ook op Marketingfacts, dus reageren kan hierrr ➜